Uit art. 3:84 lid 2 BW, in verbinding met art. 3:98 BW, volgt de eis dat een pandakte ten tijde van de verpanding de te verpanden goederen in voldoende mate bepaalt. De Hoge Raad heeft vorig jaar beoordeeld of bij het pandrecht van een bank (ING) aan deze bepaaldheidseis was voldaan. Het te verpanden goed waar het om gaat, zijn de auteursrechten op software die door de onderneming CompLions was ontwikkeld. De Hoge Raad past een bestaand criterium toe om de bepaaldheid van de te verpanden goederen te beoordelen.

Lees meer

Verkoop verpande goederen onrechtmatig?

In onze praktijk zien wij regelmatig dat ondernemingen bij een naderend faillissement rare sprongen maken. In deze blog bespreken wij een zaak bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin een onderneming de aan ING verpande goederen heeft verkocht om schuldeisers te kunnen voldoen. Alle schuldeisers behalve de ING.

Dergelijk handelen kan worden aangemerkt als faillissementsfraude. Wij schreven hierover eerder de blog “Faillissementsfraude“.

Lees meer

Een uitspraak van de rechtbank Amsterdam illustreert het belang van de correcte registratie van een pandakte bij de Belastingdienst. Een dergelijke registratie is één van de twee mogelijke manieren die art. 3:239 lid 1 BW biedt voor de vestiging van een stil pandrecht op vorderingen. De andere manier is het opmaken van een pandakte bij de notaris, de zogenaamde “authentieke akte”.

 

Hoe de registratie in zijn werk gaat, bespraken wij eerder al.

 

Lees meer

Er is veel te doen over de verkoop van vorderingen door banken. Eerder blogden wij over een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over de verkoop van zakelijke vastgoedleningen door een bank (Van Lanschot) aan een derde partij (Promontoria), niet zijnde een bank. In die zaak heeft de Rechtbank prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Voor onze eerdere blog hierover zie:

“Onoverdraagbare vordering? Cessie krediet door bank”

Inmiddels heeft de Hoge Raad arrest gewezen met het antwoord op de vragen van de Rechtbank: de bank mag haar leningen verkopen.

Lees meer

Begin 2016 constateerden wij een nieuwe tendens onder curatoren voor het zoveel mogelijk uitbreiden van het actief in de boedel: de “informatieplicht” van de pandhouder. Voor de blog die wij daarover schreven, klik hier.

Deze tendens is de afgelopen jaren verder doorgezet en geïntensiveerd door dergelijke verzoeken om informatie te combineren met een termijnstelling ex art. 58 lid 1 Fw. In deze blog zetten we de huidige stand van zaken op een rij.

Lees meer

Wij schreven eerder over het wetsvoorstel Opheffing verpandingsverboden. Inmiddels ligt de adviesaanvraag inzake dit wetsvoorstel bij de Raad van State. De inhoud ervan is nog geheim. Pas wanneer het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, is de inhoud openbaar. Dan zal zichtbaar zijn of de reacties op de consultatie hebben geleid tot wijziging van het wetsvoorstel.

De voortgang van het wetsvoorstel kan hier worden ingezien.

Wordt vervolgd.

Lees meer

Wat is een assurantieportefeuille en kan er een pandrecht op worden gevestigd? Eerder schreven wij een blog over het oordeel van de Rechtbank Gelderland over verpanding van een assurantieportefeuille. Lees die blog hier terug. Inmiddels is tegen het vonnis van de Rechtbank sprongcassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Het resultaat hiervan wordt in dit artikel besproken.

Lees meer

Er is nog geen wettelijke regeling voor de pre-pack. Hierdoor is er ook geen wettelijke norm om het handelen van de stille bewindvoerder aan te toetsen. Een toets voor aansprakelijkheid is er wel voor een curator in een faillissement.

Lees meer

Art. 3:83 BW regelt de overdraagbaarheid van vorderingen. Vorderingen kunnen overgedragen worden, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een overdracht verzet. In deze blog wordt een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam besproken. In die zaak beroept een kredietnemer zich op dit wetsartikel. Hij meent dat zijn kredietovereenkomst door de bank niet kan worden overgedragen aan een niet-bank. Is dit een onoverdraagbare vordering?

Lees meer

In het kader van kredietverstrekking verkrijgt een pandhouder, zoals een bank, gebruikelijk meerdere zekerheden. Dient de pandhouder bij de uitwinning hiervan een bepaalde volgorde aan te houden? Geldt er een zorgplicht voor de pandhouder? Over de volgorde van uitwinning is pas geleden een vonnis uit 1998 (!) gepubliceerd, dat nu nog relevant is.

Lees meer