De Hoge Raad heeft onlangs in de zaak Eurocommerce/Rabobank een belangrijke prejudiciële vraag beantwoord over verrekening door banken rondom het faillissement van de rekeninghouder. Alvorens hierop in te gaan, zetten wij eerst de heersende leer hierover uiteen.

Lees meer

Het komt vaak voor: een schikking met een verpande debiteur waarbij een deel van de vordering wordt prijsgegeven. De aanleiding hiervoor varieert: een verrekenbare tegenvordering, een terechte klacht of een betalingskorting. Het zijn allemaal goede redenen voor het treffen van een schikking.

Lees meer

Ook na faillissement kan een debiteur een verrekenverweer voeren tegen een verpande vordering die wordt geïncasseerd. Dat verweer moet door de pandhouder inhoudelijk worden behandeld.

Lees meer

De wet schrijft als hoofdregel voor dat een geldvordering voldaan moet worden via girale betaling: simpelweg overboeking via een bankrekening (art. 6:114 BW). Wanneer twee partijen over en weer geldvorderingen op elkaar hebben, kunnen deze in afwijking op de hoofdregel met elkaar worden verrekend. De basisregeling voor verrekening staat in art. 6:127 BW. Er zijn echter bijzondere situaties, waarvoor aanvullende regels over verrekening in de wet zijn opgenomen. Een voorbeeld van een dergelijke situatie is wanneer de vorderingen van één van de partijen verpand zijn en daarvan mededeling is gedaan aan de ander. Een tweede voorbeeld is wanneer één van de partijen failliet is verklaard. In deze blog wordt uiteengezet wat de verschillende regels inhouden en hoe die zich tot elkaar verhouden.

Lees meer