Een uitspraak van de rechtbank Amsterdam illustreert het belang van de correcte registratie van een pandakte bij de Belastingdienst. Een dergelijke registratie is één van de twee mogelijke manieren die art. 3:239 lid 1 BW biedt voor de vestiging van een stil pandrecht op vorderingen. De andere manier is het opmaken van een pandakte bij de notaris, de zogenaamde “authentieke akte”.

 

Hoe de registratie in zijn werk gaat, bespraken wij eerder al.

 

Geen rechtsgeldige vestiging pandrecht

In deze zaak heeft de bank (ING) krediet verstrekt aan een onderneming (TLC). TLC heeft daarbij voor ING een stil pandrecht gevestigd op alle bestaande en toekomstige vorderingen op haar debiteuren. De vordering op één van deze debiteuren vloeit voort uit een rekening-courantverhouding. Deze vordering wordt op een bepaald moment door de incassogemachtigde van ING opgevorderd. Omdat de debiteur weigert te betalen, komt de zaak voor de rechtbank.

Het belangrijkste verweer van de debiteur tegen de vordering van ING is dat het pandrecht niet rechtsgeldig is gevestigd. Dit omdat de overeenkomst waarin het pandrecht is gevestigd (de pandakte) niet is geregistreerd bij de Belastingdienst.

 

Wettelijke eis: stempel op de eerste pagina!

De rechtbank overweegt allereerst dat een registratie bij de Belastingdienst volgens art. 18 lid 1 van de Uitvoeringsregeling Registratiewet 1970 blijkt uit een door de Belastingdienst op de eerste pagina van de akte ondertekende verklaring van registratie. Om de registratie van de pandakte aan te tonen, heeft ING de pandakte en een daaraan aangehecht uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK) overlegd. Op dat uittreksel, de laatste pagina dus, staat een registratiestempel van de Belastingdienst. ING stelt dat deze documenten als één pakket naar de Belastingdienst zijn gestuurd en dat de Belastingdienst doorgaans de laatste pagina van een dergelijk pakket, in dit geval het KvK-uittreksel, stempelt.

De rechtbank volgt het betoog van ING deels. Zij is het met ING eens dát er iets is geregistreerd bij de Belastingdienst. Volgens de rechtbank kan ze echter niet vaststellen dat dit ook daadwerkelijk de pandakte is, omdat de datum van de registratiestempel afwijkt van de datum van de pandakte. Bovendien wijst de rechtbank erop dat dit ook niet zou overeenkomen met de wet. Die eist immers een verklaring van registratie op de eerste pagina van de akte.

Op basis van het bovenstaande oordeelt de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat de pandakte is geregistreerd. Hierdoor kan ook niet worden vastgesteld dat het pandrecht van ING rechtsgeldig is gevestigd. De vordering van ING om de debiteur tot betaling te veroordelen, wordt door de rechtbank dan ook afgewezen.

 

Let op registratiestempel

Uit dit praktijkvoorbeeld blijkt wat het gevolg kan zijn van een onjuiste registratie van een pandakte bij de Belastingdienst. Wanneer men het pandrecht dan aanvecht bij de rechter, zou de pandhouder de verpande vordering mogelijk niet kunnen innen. Het klopt dat de Belastingdienst gebruikelijk de laatste pagina stempelt: let hier dus op bij de registratie van de pandakte. Uit deze uitspraak blijkt immers dat deze praktijk kan worden afgestraft met zware gevolgen!