Er is veel te doen over de verkoop van vorderingen door banken. Eerder blogden wij over een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over de verkoop van zakelijke vastgoedleningen door een bank (Van Lanschot) aan een derde partij (Promontoria), niet zijnde een bank. In die zaak heeft de Rechtbank prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Voor onze eerdere blog hierover zie:

“Onoverdraagbare vordering? Cessie krediet door bank”

Inmiddels heeft de Hoge Raad arrest gewezen met het antwoord op de vragen van de Rechtbank: de bank mag haar leningen verkopen.

De zaak bij de Rechtbank in het kort

Immobile had een zakelijke vastgoedlening lopen bij Van Lanschot. Zij kwam bij de afdeling Bijzonder Beheer terecht. Op een gegeven moment heeft Van Lanschot haar hele portefeuille van moeilijk inbare zakelijke leningen (waaronder die aan Immobile), verkocht aan Promontoria. Laatstgenoemde ging voortvarend aan de slag met de incasso.

Immobile was het niet eens met de verkoop van de vordering door Van Lanschot aan Promontoria, de cessionaris. Het belangrijkste argument ontleende zij aan een oude zaak uit 1990 over een vordering van de Staat (Staat/Appels). In die zaak kon de Staat haar krediet met een schuldenaar vanwege de bijzondere aard van de relatie niet overdragen aan een private partij, omdat die private partij niet de rechten, bevoegdheden en verplichtingen uit het krediet kon uitoefenen. Volgens Immobile was haar relatie met de bank ook zo bijzonder dat de vordering naar zijn aard niet overdraagbaar zou zijn (art. 3:83 BW). Op de bank rust volgens Immobile een bijzondere zorgplicht die zou wegvallen bij de cessie van de vordering aan een cessionaris, niet zijnde een anderebank. De cessie zou daarom niet rechtsgeldig zijn geweest. De Rechtbank heeft de Hoge Raad hierover meerdere vragen gesteld. Inmiddels heeft de Hoge Raad in het voordeel van de Bank op de vragen van de Rechtbank geantwoord.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad brengt het volgende naar voren.

Uitgangspunt is vrije overdraagbaarheid van vorderingen.
  1. De verkochte vordering houdt in dat Immobile een bedrag met rente aan de Bank moet betalen. Dit verandert niet bij verkoop van de vordering. Verder vloeien er uit het vorderingsrecht niet zodanige rechten en bevoegdheden voort dat enkel een bank deze zou kunnen uitoefenen. Ook voor de cessionaris als nieuwe schuldeiser gelden na overdracht van de vordering verscheidene verplichtingen, waaronder zorgverplichtingen. Die verplichtingen verschillen niet zodanig van de verplichtingen van een bank jegens haar cliënt. . De vergelijking met de zaak Staat/Appels gaat niet op. Benadrukt wordt dat het uitgangspunt is dat vorderingen overdraagbaar zijn. De Hoge Raad ziet geen reden om in dit geval een uitzondering daarop te aanvaarden.
Geen overgang van bijzondere zorgplicht Bank naar cessionaris.
  1. De bijzondere zorgplicht die de Bank jegens haar cliënt heeft, komt na de cessie niet op de cessionaris te rusten. Dit wordt ondervangen door het volgende:
  • Op grond van 6:145 BW kan de schuldenaar zich jegens de nieuwe schuldeiser beroepen op verweermiddelen die hij jegens de vorige schuldeiser zou hebben.
  • Ingevolge 6:2 BW staan de cessionaris en de kredietnemer na de cessie jegens elkaar in een relatie die wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Op grond hiervan kan van de cessionaris worden gevergd dat zij rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van de leningnemer. Hierdoor kan onder bepaalde omstandigheden een eigen zorgplicht op de cessionaris rusten, die in voorkomend geval kan inhouden dat zij zich jegens de kredietnemer op dezelfde wijze moet gedragen als een Bank.
  • Het voorgaande wordt niet anders als de kredietnemer de overeenkomst van geldlening niet of niet volledig is nagekomen, of de bank de bankrelatie heeft opgezegd.
  • Op de laatste vraag van de Rechtbank geeft de Hoge Raad geen antwoord, omdat het antwoord niet nodig is voor de beslissing in de zaak tussen Immobile en Promontoria.

Conclusie

Met deze beslissing maakt de Hoge Raad voor eens en altijd korte metten met de kritiek op de verkoop van vorderingen door Banken. Deze praktijk van de Banken is rechtsgeldig, er geldt geen bijzonder uitzondering of verbod voor een Bank. Goed nieuws dus voor de financiële sector.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie