Art. 3:83 BW regelt de overdraagbaarheid van vorderingen. Vorderingen kunnen overgedragen worden, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een overdracht verzet. In deze blog wordt een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam besproken. In die zaak beroept een kredietnemer zich op dit wetsartikel. Hij meent dat zijn kredietovereenkomst door de bank niet kan worden overgedragen aan een niet-bank. Is dit een onoverdraagbare vordering?

Casus ‘Onoverdraagbare vordering aan niet-bank’

Van Lanschot heeft in 2015 meerdere leningen overgedragen aan Promontoria. Deze overdracht omvatte alle zakelijke vastgoedleningen die waren ondergebracht bij de Afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed van de divisie Corporate Banking. Promontoria is geen bank en beschikt niet over een bankvergunning.

Het relevantste standpunt van de kredietnemer, Immobile, in deze zaak is gebaseerd op art. 3:83 BW. Immobile stelt dat de vordering van Van Lanschot op haar een onoverdraagbare vordering is wegens de aard van de vordering. Hiervoor beroept Immobile zich op een zaak uit 1990 over een vordering van de Staat (Staat/Appels). In die zaak kon de Staat haar krediet met een schuldenaar vanwege de bijzondere aard van de relatie niet overdragen aan een private partij, omdat die private partij niet de rechten, bevoegdheden en verplichtingen uit het krediet kon uitoefenen.

Immobile vindt dat dit ook geldt voor Van Lanschot. Promontoria kan immers niet de rechten, bevoegdheden en verplichtingen uit het krediet nakomen. Volgens Immobile is Promontoria geen bank, wil zij niet financieren en streeft zij juist het tegenovergestelde na dan wat de aard van de langdurige relatie en de aard van het krediet met zich meebrengt. Immobile stelt dat Promontoria (snel) geld wil verdienen en een oneigenlijke executie forceert. Ook wijst Immobile op de volgende verschillen tussen Van Lanschot (die een bank is) en Promontoria (die dat niet is):

  • Promontoria heeft geen werknemers;
  • Zij heeft geen vergunning van de AFM of DNB;
  • Promontoria is niet aangesloten bij een officiële klachteninstantie (Kifid);
  • Er is bij Promontoria geen mogelijkheid tot uitbreiding van financiering;
  • Promontoria biedt geen hoogstpersoonlijke dienstverlening;
  • Op Promontoria rust geen zorgplicht en voor haar gelden ook andere regelingen waaraan een bank is gebonden niet.

Overwegingen Rechtbank

Onderzoek verschillen Van Lanschot – Promontoria

Als eerst stelt de Rechtbank de verschillen tussen Van Lanschot en Promontoria vast:

Van Lanschot valt onder de toepassing van de Wet op het Financieel Toezicht. ->

– De Autoriteit Financiële Markten houdt toezicht op het gedrag van banken.
– Er geldt een bankierseed.
– Een klachtenbehandeling en geschillenbeslechting is voorgeschreven.
– Er bestaat een verplichting tot informatieverstrekking en een zorgplicht jegens consumenten.

Banken hebben bovendien een zorgplicht, die is neergelegd in art. 2 lid 1 van de in (vrijwel) alle bancaire relaties toepasselijke ABV. Deze zorgplicht is ook in de rechtspraak van de Hoge Raad verschillende malen aan de orde geweest.

Promontoria is geen bank, waardoor deze beschermende regelingen niet van toepassing zijn.

Vergelijk Staat/Appels

Voorts ziet de Rechtbank een parallel tussen deze zaak en de zaak over de vordering van de Staat, waarop Immobile zich beroept. Zo zijn banken, net als de Staat, gebonden aan een publiekrechtelijk kader (Wft), dat niet geldt voor een niet-bank.

Zorgplicht

Vervolgens gaat de Rechtbank in op de zorgplicht van banken. Juist een cliënt die moeite heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen, heeft behoefte aan een zorgvuldig handelende bank. Het cliëntbelang moet voldoende in acht genomen worden.

“Het strookt niet met de beschermingsgedachte die aan de publiekrechtelijke regelgeving ten grondslag ligt dat die bescherming juist op het moment dat die het meest nodig is buiten werking zou kunnen worden gesteld door een overdracht van de vordering aan een partij die niet aan de beschermende (publiekrechtelijke) regels gebonden is.”

Doelstelling Bank

Verder hecht de Rechtbank ook waarde aan de doelstelling van een bank. Deze is gericht op het in stand houden van een relatie met een cliënt. Deze doelstelling wijkt af van die van een bedrijf dat schulden opkoopt zoals Promontoria. Een dergelijk bedrijf streeft juist beëindiging van de kredietverlening na, zo nodig onder het uitwinnen van zekerheden.

Belang voor financieringspraktijk

Naast deze bovengenoemde argumenten ziet de Rechtbank aan de andere kant ook het belang van de andere kant in. Banken zouden namelijk behoefte kunnen hebben aan de mogelijkheid om vorderingen te verkopen.

Beslissing

De casus van deze zaak kan in (veel) meer gevallen voorkomen. Een oordeel van de Rechtbank heeft dus voor de rechtspraktijk vergaande consequenties De Rechtbank wil daarom de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen:

  1. Brengt de aard van het vorderingsrecht van een bank op een cliënt mee dat dit onoverdraagbaar is in de zin van art. 3:83 lid 1 BW indien wordt beoogd de vordering over te dragen aan een niet-bank?
  1. Rust op de niet-bank aan wie de vordering wordt overgedragen een zorgplicht? Zo ja, hoe verhoudt die zorgplicht zich tot de publiekrechtelijke regels die op een bank van toepassing zijn en de zorgplicht die op een bank rust?
  1. Maakt het voor de antwoorden op de vorige vragen uit of de bank de bankrelatie heeft opgezegd?
  1. Welke rechten kan de cliënt uitoefenen jegens de overdragende bank indien het handelen van de niet-bank aan wie vorderingsrechten zijn gecedeerd, afwijkt van wat zou mogen worden verwacht van een bank op grond van de voor een bank geldende publiekrechtelijke regels en de op een bank rustende zorgplicht?

Aan partijen wordt eerst nog gelegenheid geboden om zich over deze voorgenomen vragen uit te laten.

Conclusie

Deze zaak is van groot belang voor banken. Centraal staat de vraag of een bank haar vorderingen uit hoofde van kredietovereenkomsten kan overdragen aan een derde, niet-bank. Of is de vordering van de bank op haar kredietnemer een onoverdraagbare vordering? Er is nog geen einduitspraak, de Hoge Raad zal prejudiciële vragen hierover gaan beantwoorden. Wordt vervolgd.

 

Wanneer is een vordering onoverdraagbaar? Meer blogs hierover zijn hieronder te vinden of op onze pagina Kennis Update.
Wilsrechten
Coface/Intergamma in de praktijk
Overgang pandrecht bij bankzekerheid

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie