Borgtochtovereenkomst kan niet worden ontbonden

De Hoge Raad heeft vorige maand geoordeeld in een zaak over een borgtochtovereenkomst. Daaruit volgt de conclusie dat een borgtochtovereenkomst een eenzijdige overeenkomst is die niet kan worden ontbonden.

Casus HR Wave/ABN AMRO

De (rechtsvoorganger van) ABN AMRO heeft een krediet verstrekt aan S3&A B.V. Deze vennootschap was onderdeel van de Partner Logistics Groep. Als zekerheden heeft de bank onder meer een pandrecht verkregen op de aandelen van B B.V., een andere vennootschap binnen de Partner Logistics Groep. Daarnaast heeft een derde onafhankelijke vennootschap, Wave B.V., een borgtocht aan ABN verstrekt. ABN heeft Wave daarbij bericht: “Mocht zich onverhoopt een situatie voordoen waardoor wij genoodzaakt zijn onder de door u afgegeven borgtocht te claimen, dan zeggen wij u toe dat (…) u in onze rechten kunt treden voor het pandrecht dat rust op de aandelen van B B.V.”

Toen S3&A B.V. vervolgens in verzuim bleek om te voldoen aan haar verplichtingen jegens de ABN, heeft ABN eerst de ruimte geboden voor een herstructurering van de Partner Logistics Groep. Dit is echter niet gelukt en de Groep is uiteindelijk gefailleerd. ABN is toen overgegaan tot uitwinning van de borgtocht van Wave, bijna twee jaar nadat het verzuim van S3&A B.V. was ingetreden.

Wave wil de borgtocht niet betalen en stelt dat ABN tekort is geschoten in de nakoming van de borgtochtovereenkomst. ABN zou de op haar rustende zorgvuldigheids- en inspanningsverplichtingen niet hebben betracht, doordat Wave te laat zou zijn geïnformeerd. Hierdoor zou Wave niet de voor haar borgstelling bedongen zekerheid (het pandrecht op de aandelen van B B.V.) hebben kunnen inroepen op een moment dat deze nog enige waarde hadden. Vanwege deze gestelde tekortkoming wil Wave de borgtochtovereenkomst ontbinden.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad merkt op dat de mogelijkheid van ontbinding (art. 6:265 BW) slechts openstaat voor wederkerige overeenkomsten. De borgtochtovereenkomst is volgens de Hoge Raad geen wederkerige, maar een eenzijdige overeenkomst. In art. 6:261 BW staat dat een overeenkomst wederkerig is, als “elk van beide partijen een verbintenis op zich neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover jegens haar verbindt.” In het geval van een borgtocht neemt alleen de borg een verbintenis op zich (tot nakoming van de verbintenis van de derde tegenover de schuldeiser). De andere partij bij een borgtocht (de bank) neemt geen verbintenis op zich en om die reden is een borgtocht een eenzijdige overeenkomst.

De omstandigheid dat uit de borgtochtovereenkomst ook verplichtingen voor de schuldeiser (kunnen) voortvloeien, maakt de borgtocht niet tot een wederkerige overeenkomst. Deze verplichtingen komen immers niet op de schuldeiser te rusten “ter verkrijging” van hetgeen waartoe de borg zich verbindt, zodat aan die verplichtingen het voor wederkerige overeenkomsten kenmerkende ruilkarakter ontbreekt. De borgtochtovereenkomst kan dus niet worden ontbonden.

Wave vist in cassatie achter het net, maar de Hoge Raad noemt ten overvloede twee mogelijke opties voor borgen die met een soortgelijke situatie geconfronteerd worden:

  1. Het is mogelijk dat in verband met de borgtocht (ook) door de schuldeiser verplichtingen zijn aangegaan die in zodanig nauwe samenhang staan tot de verbintenis van de borg, dat sprake is van een rechtsbetrekking die strekt tot het wederzijds verrichten van prestaties in de zin van 6:261 lid 2 BW. In dat geval zijn de bepalingen over wederkerige overeenkomsten ook van toepassing, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet. Wave heeft echter geen feiten gesteld waaruit zou blijken dat sprake is van een dergelijke rechtsbetrekking, waardoor de Hoge Raad dit niet kan aannemen.
  1. Wanneer de schuldeiser een verplichting die voortvloeit uit de borgtochtovereenkomst niet nakomt, heeft de borg – indien aan de overige voorwaarden is voldaan – recht op vergoeding van de schade die hij als gevolg van schending van de verplichting door de schuldeiser lijdt. Dit betreft een vordering tot vergoeding van schade wegens schending van de zorgvuldigheidsnorm; anders dan via de weg van ontbinding. De Hoge Raad kan Wave hier niet meer in tegemoetkomen omdat een dergelijke vordering niet is ingesteld in cassatie.

Conclusie

Een borgtochtovereenkomst is een eenzijdige overeenkomst die niet kan worden ontbonden. Dit kan anders zijn als de schuldeiser bepaalde verplichtingen is aangegaan die erg nauw met de verbintenis van de borg samenhangen. Overigens is het – wanneer de schuldeiser een uit de borgtocht voortvloeiende verbintenis niet nakomt en de borg hierdoor schade lijdt – wel degelijk mogelijk om schadevergoeding te vorderen, zij het niet via de weg van de ontbinding.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord