Onrechtmatige turboliquidatie; bestuurdersaansprakelijkheid

Wij schreven eerder een blog over onrechtmatige turboliquidatie. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft zich deze maand uitgesproken in een zaak waarin alle regels met betrekking tot turboliquidatie naar voren zijn gekomen. Wij zetten deze voor u op een rijtje.

Onrechtmatige turboliquidatie

In geval van een turboliquidatie wordt een vennootschap ontbonden door een besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. De vennootschap houdt direct op te bestaan, indien deze geen baten meer heeft. Als er wel baten zijn, is turboliquidatie niet mogelijk. Het vermogen moet dan worden vereffend.

Schulden van de vennootschap staan een turboliquidatie niet in de weg. Als schuldeiser van een vennootschap kun je dus worden geconfronteerd met een ontbonden vennootschap, waardoor je vordering onbetaald blijft. In een dergelijk geval is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit haar tekortschieten in de nakoming van een verbintenis. Maar onder bijzondere omstandigheden is, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van die vennootschap. Het criterium hiervoor is dat de bestuurder van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De juridische grondslag daarvoor is onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).

Persoonlijk ernstig verwijt

Dit is een hoge drempel doordat primair sprake is van handelen van de vennootschap en vanwege het maatschappelijk belang moet wordten voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.

Wanneer kan de bestuurder nu een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt?

Voor bestuurdersaansprakelijkheid in het algemeen is de Beklamel-norm een welbekend en belangrijk criterium: de bestuurder (1) wist of had redelijkerwijze behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze tot gevolg zou hebben dat (2) de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en ook (3) geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er zijn echter ook andere situaties denkbaar waarin een ernstig persoonlijk verwijt aangenomen kan worden. Onrechtmatige turboliquidatie hoeft dus niet per sé aan de hand van de Beklamel-norm te worden vastgesteld. Ook andere feiten en omstandigheden kunnen ertoe leiden dat sprake is van een ernstig persoonlijk verwijt.

Nog baten aanwezig of te verwachten?

Voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid bij turboliquidatie is volgens de rechter bepalend dat er op het moment van de liquidatie tenminste nog baten in de vennootschap aanwezig of te verwachten waren:

“Voor de beantwoording van de vraag of het achterwege laten van een vereffening, dan wel het doen van aangifte tot faillietverklaring, jegens een schuldeiser onrechtmatig is, zal [eiseres] dan wel aannemelijk moeten maken – en bij deugdelijke betwisting dienen te bewijzen – dat zij in geval van vereffening wel (enige) betaling zou hebben ontvangen, dan wel dat er in een (hypothetisch) faillissement nog activa (van een zekere omvang) tot de boedel behoorden, of dat in het licht van alle omstandigheden van het geval in voldoende mate aannemelijk is dat een door de curator in te stellen vordering ex artikel 2:248 BW tot activa in de boedel zou hebben geleid, waaruit zij dan (enige) betaling zou hebben ontvangen.”

De Rechtbank onderstreept dat de maatstaf voor de vraag of een turboliquidatie onrechtmatig is, niet is of de vennootschap nog schulden heeft, maar of er nog baten (te verwachten) zijn.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord