Art. 6 lid 3 Fw bepaalt de voorwaarden waaraan een door een schuldeiser aangevraagde faillietverklaring moet voldoen. Allereerst moet voor de rechter, zonder uitgebreid onderzoek, duidelijk zijn dat die schuldeiser zelf een vordering heeft op de schuldenaar. Daarnaast moet duidelijk zijn dat de schuldenaar in een toestand verkeert dat hij is opgehouden met betalen. Daarvoor is minimaal vereist dat sprake is van meerdere schuldeisers, de zogenaamde “pluraliteit”. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in een recente uitspraak geoordeeld dat de splitsing van een vordering niet voor pluraliteit zorgt. Het hof sluit daarmee aan bij eerdere uitspraken over dit onderwerp.

 

De vordering

De zaak bij het hof volgde op een geschil tussen 7 partijen (‘de Verzoekers’) en Uno Mundo B.V. In dat geschil is Uno Mundo veroordeeld tot betaling van de proceskosten die de Verzoekers hadden gemaakt. Toen Uno Mundo weigerde die proceskosten te betalen, hebben de Verzoekers het faillissement van Uno Mundo aangevraagd. De rechtbank heeft die faillissementsaanvraag afgewezen, waarna de Verzoekers hoger beroep hebben ingesteld.

 

De splitsing

Aan de eerste eis voor faillietverklaring is volgens het hof voldaan. Het is duidelijk dat de Verzoekers een gezamenlijke vordering op Uno Mundo hebben tot betaling van de proceskosten. Om ook aan de tweede eis te kunnen voldoen, hebben de Verzoekers hun gezamenlijke vordering middels een akte gesplitst. Na de splitsing, die vlak vóór de faillissementsaanvraag heeft plaatsgevonden, hebben de Verzoekers allemaal een eigen vordering op Uno Mundo. Volgens de Verzoekers is daarom aan het vereiste van pluraliteit voldaan. Volgens Uno Mundo levert deze gesplitste vordering juist geen pluraliteit op.

 

Hof: geen pluraliteit!

Het hof overweegt dat het faillissement als doel heeft het vermogen van de schuldenaar over alle schuldeisers te verdelen. De faillietverklaring van een schuldenaar met één schuldeiser past niet in dat doel. Voor faillietverklaring moet sprake zijn van verschillende schuldeisers die allemaal een zelfstandige vordering hebben. Een gezamenlijke vordering met meerdere schuldeisers is daarvoor niet voldoende, de individuele vorderingen moeten los van elkaar staan. Splitsing van een gezamenlijke vordering is mogelijk, maar de schuldenaar mag daardoor niet slechter af zijn. Daarom moet in dat geval nog steeds worden uitgegaan van die ene originele vordering.

Het hof oordeelt dat het voorgaande leidt tot de volgende uitkomst. Als het faillissement niet kan worden aangevraagd omdat maar van één vordering sprake is, kan dat faillissement ook niet worden aangevraagd als die vordering wordt gesplitst in verschillende deelvorderingen. Dit geldt ook als de originele vordering meerdere schuldeisers had. Aan het vereiste van pluraliteit is daarom niet voldaan en het hof wijst de faillissementsaanvraag af.

 

Misbruik van recht

Wanneer toch sprake zou zijn van meerdere vorderingen, levert de splitsing volgens het hof misbruik van faillissementsrecht op. De vordering van de Verzoekers is namelijk gesplitst op de dag van de faillissementsaanvraag. De Verzoekers hebben geen onderbouwde reden voor de splitsing gegeven. Het hof gaat er daarom van uit dat de splitsing heeft plaatsgevonden met het oog op de faillissementsaanvraag. Daarmee hebben de Verzoekers misbruik gemaakt van hun bevoegdheid om het faillissement van Uno Mundo aan te vragen.

 

Conclusie

Splitsing van een vordering zorgt niet voor de pluraliteit die is vereist voor een faillietverklaring. Dat besliste de Hoge Raad in 1923, bijna 100 jaar geleden, al. Het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt in deze zaak, in lijn met eerdere uitspraken, dat die regel nog steeds geldt. Daarop zijn uitzonderingen mogelijk, maar niet wanneer de splitsing plaatsvindt met het oog op de faillissementsaanvraag. Volgens het hof is in dat geval zelfs sprake van misbruik van recht.

Schuldeisers die met een faillissementsaanvraag betaling van hun vordering willen afdwingen, zijn dan ook gewaarschuwd. Splitsing van die vordering met het oog op de faillissementsaanvraag zal hen niet baten. Voor faillietverklaring moet daadwerkelijk sprake zijn van meerdere schuldeisers met een zelfstandige vordering.

Pandhouders zitten in een aanmerkelijk betere positie. Wanneer zij mededeling van hun pandrecht doen, kunnen zij een verpande vordering direct zelf uitwinnen (art. 3:246 BW). Een faillissementsaanvraag is dan niet per se nodig als drukmiddel voor betaling.

Let op: schakel bij het uitwinnen van verpande vorderingen altijd een specialist in!