Verschil vestiging stil en openbaar pandrecht

De wijze van vestiging van een openbaar of stil pandrecht op een vordering is verschillend. Beide vormen van pandrechten vereisen een pandakte. Daarnaast is voor een openbaar pandrecht vereist dat mededeling van het pandrecht wordt gedaan aan de schuldenaar (art.  3:94 jo. 3:98 en 3:236 BW). Voor een stil pandrecht is vereist dat de akte authentiek is (opgemaakt door een openbaar ambtenaar zoals een notaris, art. 156 Rv) of dat de akte is geregistreerd bij de Belastingdienst (art. 3:94 jo 3:98 en 3:239 BW), waarbij in de praktijk vaak de voorkeur wordt gegeven aan dit laatste. De Hoge Raad heeft in een recent arrest duidelijk gemaakt dat het mogelijk is om beide pandvormen middels één akte te vestigen. Het één hoeft niet per se het ander uit te sluiten. Hierna wordt dit nader toegelicht.

Gebruikelijk is omzetting stil naar openbaar pandrecht

In de financieringspraktijk is in de regel sprake van stille verpanding van vorderingen. Wanneer het vervolgens nodig blijkt de verpande vorderingen te incasseren, wordt mededeling gedaan van het pandrecht aan de debiteuren van de pandgever, waardoor het stille pandrecht wordt “omgezet” naar een openbaar pandrecht (art. 3:239 jo. 3:246 BW) en de pandhouder bevoegd wordt de vorderingen te innen.

Beperking stil pandrecht

In de pandakte worden gebruikelijk “alle bestaande en toekomstige vorderingen” verpand. De term “toekomstig” is in geval van stille verpanding echter beperkt, aangezien een stil pandrecht slechts kan worden gevestigd op vorderingen die reeds bestaan of die rechtstreeks zullen worden verkregen uit een bestaande rechtsverhouding. De zogeheten “dubbel toekomstige” vorderingen, dat wil zeggen vorderingen die nog niet bestaan én waarvoor ook nog geen rechtsverhouding bestaat, kunnen niet stil worden verpand (Hierover schreven wij eerder de blog “Verpanding van toekomstige vorderingen – de basis”).

Huidige oplossing

Voornoemde beperking wordt in de praktijk ondervangen doordat de pandakten dagelijks worden geregistreerd conform ING/Dix q.q. Hoewel daarmee de meeste vorderingen worden ondervangen, kan het tóch voorkomen dat bepaalde vorderingen (dan wel de rechtsverhouding die daaraan ten grondslag ligt) op het moment van registratie van de pandakte nog niet bestonden, maar op het moment van mededeling van het pandrecht wél.

Casus

De Hoge Raad heeft zich vorige maand uitgelaten over een dergelijke kwestie. Centraal stond de vraag of een vordering nu wel of niet onder de verpanding viel.

De Hoge Raad zet uiteen dat de beperking voor dubbel toekomstige vorderingen van het stille pandrecht zoals hierboven omschreven, niet geldt voor het openbare pandrecht. De vestiging van het pandrecht wordt beoordeeld aan de hand van de situatie op het moment dat aan alle vestigingsvereisten is voldaan. In geval van een openbaar pandrecht is dat het moment van de mededeling van het pandrecht aan de schuldenaar. Alle op het moment van mededeling bestaande vorderingen vallen onder het pandrecht, ook al bestonden deze vorderingen niet op het moment dat de pandakte werd ondertekend of bestond daarvoor toen nog geen rechtsverhouding. In het geval van een stil pandrecht is het moment van registratie van de pandakte bepalend en geldt de beperking wel.

Daarbij merkt de Hoge Raad op dat de mededeling van het stille pandrecht aan de schuldenaar (en daarmee omzetting naar een “openbaar” pandrecht niet ertoe leidt dat de beoordeling plaatsvindt aan de hand van de regels van het openbaar pandrecht. Wanneer met de pandakte is beoogd uitsluitend een stil pandrecht te vestigen, vallen dan ook slechts die vorderingen onder het pandrecht die op het moment van de registratie van het pandrecht reeds bestonden of waarvoor toen een rechtsverhouding bestond. “De mededeling kan de reikwijdte van de akte niet uitbreiden en dus geen openbaar pandrecht tot stand brengen.”

De Hoge Raad benadrukt dat het wel mogelijk is om in één akte zowel een stil als een openbaar pandrecht te vestigen. Wanneer dat het geval is, vallen na de mededeling wél alle vorderingen onder het pandrecht, ook als die – en ook de daaraan ten grondslag liggende rechtsverhouding – op de datum van registratie van de pandakte nog niet bestonden. Of gekozen is voor alleen een stil pandrecht, alleen een openbaar pandrecht of voor een combinatie van beide pandvormen, zal volgens de Hoge Raad moeten worden vastgesteld door uitleg van de pandakte. “Daarbij kan tot uitgangspunt dienen dat, behoudens aanwijzingen voor een andere uitleg, een zo ruim mogelijke zekerheidsstelling is beoogd, derhalve beide pandvormen.”

Conclusie

Pandrechten op vorderingen kunnen zowel stil als openbaar worden verpand. De stille verpanding heeft een beperktere reikwijdte dan de openbare verpanding. Om vast te kunnen stellen welke vorderingen onder de verpanding vallen, is het van belang vast te stellen of de regels voor een openbaar dan wel een stil pandrecht van toepassing zijn. Dit is afhankelijk van de uitleg van de pandakte. Welk pandrecht hebben partijen beoogd daarmee te vestigen? Het antwoord op deze vraag wordt bepaald door alle omstandigheden van het geval. Het verdient aanbeveling om de bedoeling van partijen om zowel een stil als een openbaar pandrecht te vestigen expliciet in de pandakte op te nemen, toe te lichten en daarnaar te handelen, zodat een zo ruim mogelijke verpanding wordt bewerkstelligd.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie