Berichten

Er is nog geen wettelijke regeling voor de pre-pack. Hierdoor is er ook geen wettelijke norm om het handelen van de stille bewindvoerder aan te toetsen. Een toets voor aansprakelijkheid is er wel voor een curator in een faillissement.

Lees meer

Art. 3:83 BW regelt de overdraagbaarheid van vorderingen. Vorderingen kunnen overgedragen worden, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een overdracht verzet. In deze blog wordt een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam besproken. In die zaak beroept een kredietnemer zich op dit wetsartikel. Hij meent dat zijn kredietovereenkomst door de bank niet kan worden overgedragen aan een niet-bank. Is dit een onoverdraagbare vordering?

Lees meer

In het kader van kredietverstrekking verkrijgt een pandhouder, zoals een bank, gebruikelijk meerdere zekerheden. Dient de pandhouder bij de uitwinning hiervan een bepaalde volgorde aan te houden? Geldt er een zorgplicht voor de pandhouder? Over de volgorde van uitwinning is pas geleden een vonnis uit 1998 (!) gepubliceerd, dat nu nog relevant is.

Lees meer

Deze blog gaat over de internationale aspecten bij de verpanding van vorderingen. In pandaktes wordt gebruikelijk vermeld dat alle vorderingen verpand zijn. Hoe zit het met internationale vorderingen: vorderingen op een buitenlandse partij? Is het op vorderingen toepasselijke recht van invloed op de verpanding? Lees verder..

Lees meer

In onze vorige blog zetten we de verschillen van een stil en openbaar pandrecht op vorderingen uiteen. Kort gezegd ging het om de volgende verschillen:

Lees meer

Verschil vestiging stil en openbaar pandrecht

De wijze van vestiging van een openbaar of stil pandrecht op een vordering is verschillend. Beide vormen van pandrechten vereisen een pandakte. Daarnaast is voor een openbaar pandrecht vereist dat mededeling van het pandrecht wordt gedaan aan de schuldenaar (art.  3:94 jo. 3:98 en 3:236 BW). Voor een stil pandrecht is vereist dat de akte authentiek is (opgemaakt door een openbaar ambtenaar zoals een notaris, art. 156 Rv) of dat de akte is geregistreerd bij de Belastingdienst (art. 3:94 jo 3:98 en 3:239 BW), waarbij in de praktijk vaak de voorkeur wordt gegeven aan dit laatste. De Hoge Raad heeft in een recent arrest duidelijk gemaakt dat het mogelijk is om beide pandvormen middels één akte te vestigen. Het één hoeft niet per se het ander uit te sluiten. Hierna wordt dit nader toegelicht.

Lees meer

De Hoge Raad heeft onlangs in de zaak Eurocommerce/Rabobank een belangrijke prejudiciële vraag beantwoord over verrekening door banken rondom het faillissement van de rekeninghouder. Alvorens hierop in te gaan, zetten wij eerst de heersende leer hierover uiteen.

Lees meer

In onze blog “Het crediteurenakkoord, hoe zit het ook alweer?” hebben wij de stand van zaken besproken met betrekking tot crediteurenakkoorden vóór en ná faillissement, alsmede het wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen II (hierna: WCO II).

Lees meer

De wet schrijft als hoofdregel voor dat een geldvordering voldaan moet worden via girale betaling: simpelweg overboeking via een bankrekening (art. 6:114 BW). Wanneer twee partijen over en weer geldvorderingen op elkaar hebben, kunnen deze in afwijking op de hoofdregel met elkaar worden verrekend. De basisregeling voor verrekening staat in art. 6:127 BW. Er zijn echter bijzondere situaties, waarvoor aanvullende regels over verrekening in de wet zijn opgenomen. Een voorbeeld van een dergelijke situatie is wanneer de vorderingen van één van de partijen verpand zijn en daarvan mededeling is gedaan aan de ander. Een tweede voorbeeld is wanneer één van de partijen failliet is verklaard. In deze blog wordt uiteengezet wat de verschillende regels inhouden en hoe die zich tot elkaar verhouden.

Lees meer