Berichten

Art. 6 lid 3 Fw bepaalt de voorwaarden waaraan een door een schuldeiser aangevraagde faillietverklaring moet voldoen. Allereerst moet voor de rechter, zonder uitgebreid onderzoek, duidelijk zijn dat die schuldeiser zelf een vordering heeft op de schuldenaar. Daarnaast moet duidelijk zijn dat de schuldenaar in een toestand verkeert dat hij is opgehouden met betalen. Daarvoor is minimaal vereist dat sprake is van meerdere schuldeisers, de zogenaamde “pluraliteit”. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in een recente uitspraak geoordeeld dat de splitsing van een vordering niet voor pluraliteit zorgt. Het hof sluit daarmee aan bij eerdere uitspraken over dit onderwerp.

 

Lees meer

De curator van een failliet bedrijf is na zijn aanstelling verantwoordelijk voor de naleving van milieuvoorschriften. Wanneer die milieuvoorschriften vóór de faillietverklaring zijn overtreden, kunnen daardoor ná de faillietverklaring verplichtingen ontstaan. De Hoge Raad heeft onlangs een interessante uitspraak gedaan over deze milieuverplichtingen in faillissement. Daarbij stond de vraag centraal of schulden die door die verplichtingen ontstaan, kwalificeren als boedelschuld. Boedelschulden worden bij voorrang uit de failliete boedel voldaan.

Lees meer

Op basis van art. 29 Fw heeft de faillietverklaring tot gevolg dat alle lopende procedures tegen de failliet worden geschorst. Art. 30 lid 1 Fw maakt hier een uitzondering op. Wanneer de rechter in de procedure alleen nog een beslissing hoeft te geven, geldt art. 29 Fw niet. Recent heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven over een geval dat niet in deze wetsartikelen is geregeld. Daarin is ná de faillietverklaring hoger beroep ingesteld.

 

Lees meer

De Hoge Raad heeft onlangs in de zaak Eurocommerce/Rabobank een belangrijke prejudiciële vraag beantwoord over verrekening door banken rondom het faillissement van de rekeninghouder. Alvorens hierop in te gaan, zetten wij eerst de heersende leer hierover uiteen.

Lees meer

We zijn inmiddels 4 jaar verder sinds Coface Intergamma, in de praktijk blijven discussies opkomen over verpandingsverboden en de werking ervan.

Lees meer

Een assurantiekantoor bemiddelt bij het sluiten van verzekeringsovereenkomsten. Na faillissement verkoopt de curator de assurantieportefeuille aan een derde. De bank meent echter een pandrecht op die assurantieportefeuille te hebben gehad en maakt aanspraak op de opbrengst. Hierdoor rijst de vraag wat een assurantieportefeuille nu precies is en of het mogelijk is hierop een pandrecht te vestigen.

Lees meer

Heeft de pandhouder nog voorrang op de opbrengst van inmiddels verkochte voorraad wanneer hij de curator informeert géén pandrecht op de goederen te hebben, maar deze mededeling later onjuist blijkt te zijn?

Lees meer

In 2016 blogden wij over verpandingsverboden en de nadelige gevolgen hiervan voor het MKB en de financiële sector. De wens tot wijziging van de wet ter verbetering van de situatie is wijd verspreid. Vorig jaar werd bekend dat het kabinet hiernaar onderzoek ging doen.

Lees meer

Wanneer de pandhouder aan een debiteur van de pandgever zijn pandrecht mededeelt, wordt de pandhouder inningsbevoegd, conform artikel 3:246 BW. De pandgever verliest zijn inningsbevoegdheid. Hoe zit het nu wanneer de debiteur normaal gesproken een deel van de factuur op de G-rekening betaalt?

Lees meer