Hoe zit het met de proceskostenveroordeling wanneer een procedure wordt verloren en wat is de positie van de pandhouder daarbij?

Degene die een procedure bij de rechter verliest, wordt op grond van art. 237 Rv veroordeeld in de proceskosten. Dit betekent dat diegene de kosten moet vergoeden, die de ander voor de procedure heeft moeten maken. Deze kosten worden door de rechter forfaitair vastgesteld. Het is dus niet zo dat de daadwerkelijk gemaakte kosten worden vergoed. Er wordt gewerkt met het liquidatietarief. Dit is een puntensysteem, waarbij de punten zijn verbonden aan vaste bedragen.

Voor pandhouders kan deze regeling waarbij beperkte aanspraak op vergoeding van proceskosten bestaat een beletsel zijn om, bijvoorbeeld lagere, vorderingen voor de rechter te brengen. Dit ondanks het feit dat een gevoerd verweer volstrekt kansloos is. De kosten/baten analyse geeft dan de doorslag.

Toch volledige proceskostenveroordeling van eiser
Reeds in 2012 heeft de Hoge Raad in het arrest Duka/Achmea vastgesteld dat het in sommige gevallen mogelijk is om de eiser te veroordelen tot vergoeding van de volledige proceskosten. Het moet dan wel gaan om buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatige daad. Daarvan kan sprake zijn “wanneer de vordering is gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan de eiser de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden.” Hierin is terughoudendheid geboden, omdat de toegang tot de rechter een fundamenteel recht is dat gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM.

Nu ook mogelijk bij onterecht verweer
Deze maand heeft de Hoge Raad het oordeel in Duka/Achmea gelijkgetrokken naar de situatie waarin van evident onterecht verweer wordt gevoerd, mits het om dezelfde buitengewone omstandigheden gaat. Er kan sprake van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen zijn “als het verweer, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven”. Hiervoor geldt dezelfde maatstaf als ten opzichte van de eiser, namelijk of de gedaagde wist/behoorde te weten dat de feiten en omstandigheden waarop het verweer is gebaseerd onjuist zijn, of dat het verweer kansloos is.

Conclusie
In beginsel wordt de verliezende partij in een procedure slechts veroordeeld tot betaling van een forfaitair bedrag aan proceskosten, maar in uitzonderlijke gevallen kan de rechter een volledige proceskostenvergoeding opleggen. Dit kan slechts als sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen, bijvoorbeeld doordat is gelogen of een kansloos verweer naar voren is gebracht. Voor pandhouders die zich niet zelden geconfronteerd zien met debiteuren die een slaatje uit ieder faillissement trachten te slaan, kan dit enig soulaas bieden.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie