Pandrecht voor toekomstige boedelvordering is mogelijk en gaat vóór fiscaal bodemvoorrecht

,

De Hoge Raad heeft onlangs het arrest ECLI:NL:HR:2016:665 gewezen. Dit arrest is erg interessant, omdat hierin meerdere belangrijke onderwerpen aan bod komen, zoals het fiscale bodemvoorrecht, de positie daarvan ten opzichte van boedelvorderingen en het pandrecht voor toekomstige vorderingen (die na faillissement ontstaan).

In de bespreking van dit arrest die hieronder volgt, worden deze verschillende onderwerpen uitgelicht in de onderstreepte tekst. Leuk hieraan is dat de grote lijnen van het arrest ook duidelijk worden als je alleen de onderstreepte tekst leest (-> tip voor de drukke mensen!).

Casus
Heineken verhuurt een bedrijfspand aan Lithium Entertainment B.V. Tot zekerheid van voldoening van (onder meer) de huurtermijnen heeft Heineken een pandrecht verkregen op de bedrijfsinventaris van Lithium Entertainment B.V. In de pandakte is bedongen dat het pandrecht wordt gevestigd:

“tot zekerheid voor de richtige voldoening van al hetgeen de brouwerij en/of haar dochtervennootschappen op heden van de ondernemer te vorderen heeft en/of te eniger tijd te vorderen mocht krijgen uit hoofde van geleende gelden, geleverde dranken, verhuur en/of uit welken anderen hoofde dan ook”.

Een maand vóór de uitspraak van het faillissement van Lithium Entertainment B.V. heeft de fiscus executoriaal beslag gelegd op de bedrijfsinventaris.

Na faillietverklaring heeft de curator de huur van het bedrijfspand laten voortduren om een doorstart van Lithium Entertainment B.V. mogelijk te maken. Toen bleek dat een doorstart niet zou plaatsvinden, heeft de curator de huur opgezegd. Op grond van art. 39 lid 1 Fw is de huurprijs vanaf de dag van faillietverklaring boedelschuld. Een boedelschuldeiser kan direct aanspraak maken op betaling van zijn vordering, hij hoeft zijn vordering niet in te dienen in het faillissement en de verdere afwikkeling daarvan af te wachten. Slechts indien er nog vermogen resteert nadat alle boedelschulden zijn voldaan, kunnen faillissementsschuldeisers een uitkering krijgen uit het faillissement.

Vervolgens heeft Heineken zelf ook beslag gelegd op de inventaris, tot afgifte aan haar als pandhoudster. Daarna heeft Heineken de inventaris aan zichzelf verkocht (dit kan op grond van art. 3:251 lid 1 BW) voor een koopprijs van € 50.000,-.

De curator heeft op grond van art. 57 lid 3 Fw deze opbrengst opgeëist ter behartiging van de belangen van de fiscus. Op grond van art. 21 jo. 22 lid 3 Invorderingswet 1990 heeft de fiscus een fiscaal bodemvoorrecht dat boven pand gaat.

De vraag in deze zaak is aan wie de opbrengst toekomt.

Beoordeling Hoge Raad
Heineken heeft een boedelvordering uit hoofde van de verhuur ná faillietverklaring van Lithium Entertainment B.V. De Hoge Raad stelt vast dat dit niet wegneemt dat deze vordering valt aan te merken als een vordering op Lithium Entertainment B.V. Bevestigd wordt dat het mogelijk is om ten behoeve van deze (op het moment van vestiging van het pandrecht toekomstige) boedelvordering een pandrecht te vestigen, aangezien het gaat om een vordering die voortvloeit uit een op de dag van faillietverklaring reeds bestaande rechtsverhouding met de gefailleerde (DLL/Van Logtestijn q.q., ECLI:HR:2015:3023). De bepaling die regelt dat de huurtermijnen vanaf de dag van de faillietverklaring boedelschuld zijn, heeft immers uitsluitend tot doel om de positie van de verhuurder in een faillissement van zijn huurder te versterken. Daarbij past niet dat de zekerheid die de verhuurder ter zake van de huurvordering heeft bedongen, zou vervallen.

Voorts oordeelt de Hoge Raad dat het voorrecht van de fiscus alleen geldt ten opzichte van andere faillissementsvorderingen en dus niet ten opzichte van boedelvorderingen. Een boedelvordering geeft een rechtstreekse aanspraak op de boedel en concurreert dus niet met een faillissementsvordering als die van de fiscus.

De opbrengst van de verkoop van de inventaris komt dus toe aan Heineken.

Conclusie
Het is mogelijk om een pandrecht te vestigen ten behoeve van een toekomstige boedelvordering. Deze vordering gaat vóór het fiscale bodemvoorrecht van de fiscus.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord