Pandhouder mag faillissement verpande debiteur aanvragen

,

Wederom kwam de Hoge Raad met een arrest in het voordeel van de financieringspraktijk. Lange tijd was onduidelijk of het aanvragen van het faillissement tot de bevoegdheden van de (openbaar) pandhouder behoort.

 

Twee rechtsvragen stonden centraal:

1. Uit art. 1 van de Faillissementswet blijkt dat slechts een “schuldeiser” het faillissement van een schuldenaar kan aanvragen. Kan de pandhouder wel worden aangemerkt als een “schuldeiser”?

2. In het Neo River-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat uit de wet slechts een beperkt aantal bevoegdheden voor de pandhouder blijken, waaronder de bevoegdheid tot het innen van de verpande vordering. Behoort het aanvragen van het faillissement van de schuldenaar tot deze bevoegdheid of betreft het een separate bevoegdheid die niet aan de pandhouder toekomt?

In een arrest van vorige week heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt dat de inningsbevoegdheid van de pandhouder zoals die blijkt uit de wet ook omvat de bevoegdheid tot verhaal van de vordering op het vermogen van de schuldenaar. Daartoe kan de pandhouder dezelfde middelen inzetten die de pandgever als schuldeiser kon gebruiken. Volgens de Hoge Raad is het aanvragen van het faillissement van de schuldenaar één van die middelen, nu het strekt tot verhaal van de vordering op zijn vermogen. Daarom moet de pandhouder die zijn pandrecht aan de schuldenaar heeft medegedeeld, worden aangemerkt als “schuldeiser” in de zin van art. 1 van de Faillissementswet.

Reeds eerder blogden wij dat het bereik van Neo River in de literatuur overschat wordt, zoals dat ook decennia lang met Oryx/Van Eesteren is gebeurd (totdat het werd ingehaald door Coface/Intergamma). De trend van bescherming van de pandhouder door de Hoge Raad zet zich aldus voort.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord