Overgang pandrecht bij cessie, ook bij bankzekerheid

Een gevestigd pandrecht gaat bij cessie van een vordering gewoon mee over. Ook in geval van een bankzekerheid.

Begin februari 2018 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant geoordeeld in een zaak waarin een kredietnemer meende dat het pandrecht niet mee over was gegaan.

Achtergrond

In deze zaak had de kredietnemer een geldlening afgesloten bij Van Lanschot. Van Lanschot heeft hiervoor meerdere zekerheden verkregen, waaronder een pandrecht op alle door de kredietnemer te ontvangen huurpenningen.

Nadat de kredietnemer zijn betalingsverplichtingen niet meer nakwam heeft Van Lanschot de vordering uit de kredietovereenkomst gecedeerd aan Promontoria. Na de cessie is Promontoria overgegaan tot het uitwinnen van het pandrecht, aangezien de kredietnemer nalatig bleef met zijn betalingen.

Kern van het geschil

In het kort geding brengt de kredietnemer naar voren dat met de cessie van de vorderingen het pandrecht hierop niet mee is overgegaan, want er zou sprake zijn van “bankzekerheid” (zekerheid voor alle bestaande en toekomstige vorderingen van de bank op welke grond dan ook). Promontoria zou niet bevoegd zijn geweest het pandrecht op de huurpenningen uit te winnen.

Oordeel van de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter legt in eerste instantie uit dat de hoofdregel uit artikel 6:142 BW is dat het pandrecht (nevenrecht) van de gecedeerde vordering van rechtswege mee over gaat in geval van cessie.

Het verweer dat er sprake zou zijn van “bankzekerheid” en dus het pandrecht niet aan de specifieke vordering zou hangen veegt de voorzieningenrechter van tafel door middel van een verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 1988. Uit dit arrest moet worden afgeleid dat bij cessie van een vordering het bijbehorende pandrecht slechts niet mee overgaat als de zekerheid “persoonlijk” is gemaakt. Dit wil zeggen dat in de pandakte moet zijn opgenomen dat enkel de genoemde schuldeiser zich op de zekerheid kan beroepen. Van een “persoonlijke zekerheid” is in deze zaak geen sprake.

Conclusie: een ruim geformuleerd pandrecht voor alle bestaande en toekomstige vorderingen van de bank gaat in geval van cessie van de hoofdvordering gewoon mee over. Er is in dat geval geen sprake van een pandrecht dat “persoonlijk” is gemaakt, waardoor het pandrecht niet mee over zou gaan.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord