In deze blog zal worden ingegaan op het crediteurenakkoord voor en na faillissement. Wat is het verschil en in welke gevallen kan de schuldeiser door de rechter worden gedwongen om akkoord te gaan?

Crediteurenakkoord vóór faillissement

Indien een schuldenaar zijn schulden niet meer kan betalen, kan er gekozen worden voor het aanbieden van een buitengerechtelijk crediteurenakkoord. Bij zo’n crediteurenakkoord wordt een bepaald percentage van het verschuldigde bedrag aan de schuldeisers aangeboden. Indien alle schuldeisers hiermee akkoord gaan, krijgen zij dat percentage van de vordering betaald. Het restant van de vordering wordt kwijtgescholden. Het akkoord is een vorm van een overeenkomst. De individuele schuldeiser kan ervoor kiezen om het voorstel wel of niet te accepteren en kan er in beginsel niet toe worden verplicht om mee te werken aan het buitengerechtelijk crediteurenakkoord. Wanneer een schuldeiser het voorstel weigert, heeft dit voor alle betrokken partijen tot gevolg dat het crediteurenakkoord niet tot stand komt.

Crediteurenakkoord ná faillissement

Ook in faillissement kan aan de schuldeisers een crediteurenakkoord worden aangeboden. Dit is één van de manieren om het faillissement af te wikkelen. In deze situatie biedt de wet wél een mogelijkheid om een schuldeiser te dwingen akkoord te gaan. Deze procedure is geregeld in afdeling 6 van de Faillissementswet. Tijdens de verificatievergadering wordt het akkoord besproken dat door de gefailleerde schuldenaar is ingediend. Het akkoord wordt bij meerderheid van de stemmen aangenomen door de rechter. In afwijking hiervan kan op verzoek van de schuldenaar een aangeboden akkoord worden vastgesteld alsof het is aangenomen. Hiervoor is dan wel van belang dat een ruime meerderheid van de schuldeisers vóór het akkoord heeft gestemd en de tegenstemmers in redelijkheid niet tot dit stemgedrag hebben kunnen komen.

Gelet op het bovenstaande biedt de wet in geval van crediteurenakkoorden vóór faillissement geen mogelijkheid om de schuldeiser alsnog te dwingen akkoord te gaan, maar in geval van crediteurenakkoorden in faillissement wel. Echter, zo zwart-wit is het niet. Wanneer het crediteurenakkoord buiten faillissement niet tot stand komt, bestaat namelijk het risico dat de schuldenaar failliet gaat. Dit is een ingrijpend gevolg voor alle betrokken partijen. Het buitengerechtelijk crediteurenakkoord kan een betere optie zijn dan het faillissement, nu in veel faillissementen geen uitkering aan de concurrente crediteuren wordt gedaan.

De Hoge Raad heeft in het Payroll-arrest geoordeeld dat een weigerachtige debiteur onder zeer bijzondere omstandigheden toch kan worden gedwongen akkoord te gaan met het aanbod. Dit is het geval indien de schuldeiser in redelijkheid de aanvaarding van het aanbod niet had kunnen weigeren en daardoor misbruik van zijn bevoegdheid maakt. In de uitspraak van bijvoorbeeld de Rechtbank Den Haag speelde een dergelijke situatie. De schuldeiser had een zeer klein aandeel in de totale schuldenlast en het belang van de weigerende schuldeiser woog minder zwaar dan die van de schuldenaar en de overige schuldeisers. De weigerende schuldeiser was de enige die niet had ingestemd met het voorstel. De rechter oordeelt in dit geval dat de schuldeiser misbruik van haar recht maakt en veroordeelt de weigerende schuldeiser om alsnog in te stemmen met het aangeboden akkoord.

In bepaalde gevallen kan een schuldeiser in een buitengerechtelijk traject derhalve alsnog worden gedwongen in te stemmen met het aangeboden akkoord. Als de schuldenaar een procedure wil starten is dit vaak tijdrovend en brengt dit (hoge) kosten met zich mee. Iets dat een schuldenaar die op de rand van faillissement staat zich niet kan permitteren. Dit is niet het enige aspect, men wil ook rechtszekerheid en duidelijkheid. Daarom is in het wetsvoorstel een onderdeel betrokken ter vastlegging van de mogelijkheid van een dwangakkoord buiten faillissement.

Wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen II

Middels dit wetsvoorstel wil men een wettelijke basis creëren voor een dwangakkoord buiten faillissement. Indien een schuldenaar een akkoord heeft aangeboden aan de schuldeisers en dit akkoord wordt aangenomen, kan de schuldenaar de rechtbank verzoeken dit akkoord algemeen verbindend te verklaren voor alle schuldeisers, tenzij de belangen van één of meer schuldeisers wordt geschaad. Als een schuldeiser reeds het faillissement van de schuldenaar heeft aangevraagd, dient de schuldenaar tegelijkertijd met het verzoek om het akkoord verbindend te verklaren een verzoek tot schorsing van de faillietverklaring te doen. Dit verzoek van de schuldenaar wordt door de rechtbank met voorrang behandeld, zodat de schuldenaar niet failliet wordt verklaard alvorens er naar het akkoord wordt gekeken.

Als de schuldeisers het aangeboden akkoord hebben verworpen kan de schuldenaar dit akkoord alsnog verbindend laten verklaren. De weigerende groep schuldeisers die geen gegronde reden heeft wordt dan toch gebonden aan het akkoord. Dit is echter niet het geval als er een groep schuldeisers wordt benadeeld. Dit is bijvoorbeeld het geval als een groep schuldeisers tegen heeft gestemd omdat de uitkering in faillissement hoger zou zijn dan de uitkering conform het akkoord.

De rechter kijkt bij zijn beoordeling naar alle omstandigheden van het geval. Zo zal hij de uitkering die schuldeisers krijgen in en buiten faillissement kunnen vergelijken en als er een meerderheid van de schuldeisers tegen het akkoord heeft gestemd, zal de rechter ook kijken naar het draagvlak voor het akkoord. Als de rechter tot het oordeel komt dat het akkoord niet verbindend kan worden verklaard, gezien het belang van een bepaalde groep schuldeisers, zal hij het verzoek afwijzen en tevens het verzoek tot schorsing van de faillietverklaring afwijzen. In de Memorie van Toelichting bij dit wetsvoorstel staat dat het faillissement dan niet verder moet worden uitgesteld, gezien de oplopende schulden. De rechter zal dus eerst het aangeboden akkoord en de redelijkheid ervan beoordelen en kijken naar alle omstandigheden van het geval, alvorens hij wel of niet overgaat tot het uitspreken van het faillissement.

Op dit moment bestaat een dergelijke regeling slechts ten aanzien van de schuldsanering (WSNP). Het wetsvoorstel biedt een uitbreiding van deze regeling naar faillissementen. Het is afwachten of deze regeling uiteindelijk in de Faillissementswet zal worden opgenomen.

Conclusie

Gezien het bovenstaande is het voor de schuldeiser belangrijk dat het aangeboden akkoord goed wordt onderzocht. Zorg er dus voor dat u als schuldeiser overzichtelijk heeft wat de financiële situatie van de schuldenaar is, wat de schuldpositie is en welke vooruitzichten de schuldenaar heeft. Op basis van deze informatie kunt u bepalen of het een redelijk akkoord is. Hiervoor zijn alle omstandigheden van het geval relevant. Kijk dus goed naar het totale plaatje rondom het aangeboden akkoord en zorg ervoor dat de beslissing te verantwoorden is.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie