Actieve inning stil verpande vordering/onrechtmatige daad curator?

,

Casus
Onlangs heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak waar het ging om een failliete onderneming waarvan de vorderingen stil verpand waren (ECLI:NL:RBMNE:2015:1800).

De pandhouder heeft de curator meteen na faillietverklaring op de hoogte gebracht van zijn wens om de verpande vorderingen te incasseren. De curator is echter niet overtuigd van het pandrecht en verzoekt om meer informatie en stukken om vast te stellen of sprake is van een geldig pandrecht. In de tussentijd verstuurt de curator een brief aan de debiteuren, waarin hij uitlegt dat de werkzaamheden vanaf datum faillissement ‘boedelwerkzaamheden’ zijn. Bij de brieven zitten twee typen facturen, namelijk met betrekking tot de periode vóór faillissement en facturen over de periode erna. In de brief vermeldt de curator dat betaling van de facturen over de periode vanaf datum faillissement alleen op de bankrekening van de failliete onderneming of op de boedelrekening kunnen worden voldaan. Ten aanzien van de facturen van voor faillissementsdatum is geen betalingsinstructie gegeven.
Meerdere debiteuren blijken vervolgens na ontvangst van de brief van de curator alle openstaande facturen, zowel die van vóór faillissement als die van ná faillissement op de door de curator genoemde bankrekeningen te betalen. Hierdoor loopt de pandhouder de betalingen mis van de facturen waarop zij een pandrecht heeft.

Inning verpande vorderingen door curator
Conform de wet mogen vorderingen die stil zijn verpand slechts passief door de curator worden geïnd. Dit betekent dat de curator betalingen van de verpande debiteuren in ontvangst mag nemen, zonder dat daartoe actief incassohandelingen worden ontplooid. Als gevolg van inning van verpande vorderingen gaat het pandrecht teniet. Op het door de curator geïnde komt geen vervangend pandrecht te rusten en de voormalig pandhouder heeft evenmin recht op afdracht van het door de curator geïnde. De pandhouder kan zich dan slechts nog haar vordering indienen in het faillissement, waarbij hij een recht van voorrang heeft boven de concurrente crediteuren.

Oordeel Rechtbank
De Rechtbank oordeelt dat de curator correct heeft gehandeld. Er zou geen sprake zijn geweest van een actieve inning van de verpande facturen, nu geen betalingsinstructie voor deze facturen is gegeven en de curator er niet op heeft aangedrongen dat deze facturen uitsluitend betaald konden worden aan de failliete onderneming of op de boedelrekening. Er zou dan ook geen sprake zijn van onrechtmatig handelen door de curator.

Oordeel terecht?
Het is echter maar de vraag of de curator niets valt te verwijten. De curator heeft de facturen van zowel vóór als ná faillissement aan de debiteuren toegezonden met slechts een enkele betalingsinstructie ten aanzien van de facturen van ná faillissementsdatum. Het was echter voor de curator – gelet op zijn hoedanigheid en ervaring – voorzienbaar dat ook de facturen van vóór faillissement op de in de brief vermelde bankrekeningen zouden worden voldaan, bij gebreke van een duidelijke betalingsinstructie voor de facturen van vóór faillissement. Door desondanks na te laten een duidelijk verschil aan te geven tussen beide typen facturen en de daarbij behorende, van elkaar afwijkende betalingsinstructies, zou het handelen van de curator wel degelijk kunnen worden aangemerkt als een actieve inning van de stil verpande facturen, hetgeen onrechtmatig is.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord